De kerk heeft een viertal vaste muziekinstrumenten, drie orgels en een beiaard, tot haar beschikking.
Het Kam-orgel
Het meest imposante van de drie orgels is het Kamorgel. Het is een monumentaal, romantische muziekinstrument. In de 17e eeuw kreeg de Antwerpense orgelbouwer Nicolaas van Hagen opdracht tot de bouw van een nieuw instrument. Het diende ter vervanging van een orgel dat hing in het transept, gemaakt door de orgelmaker Kiespenning. Geldgebrek maakte dat het werk maar langzaam vorderde. Uiteindelijk werd het instrument voltooid in 1678 door de orgelmaker Carl Jacobsz. Pellereyn uit Dordrecht.
Meer informatie over het Kamorgel
Het Bach-orgel
Rond de eeuwwisseling werd de Stichting Bachorgel Grote Kerk Dordrecht opgericht. Het doel was om een in Nederland nog niet aanwezig type barokorgel te laten bouwen waarop de muziek van Johann Sebastian Bach optimaal tot zijn recht zou kunnen komen. Om die reden is gekozen voor de naam ‘Bach-orgel’.
Meer informatie over het Bach-orgel
Het Kabinet-orgel
Het kleinste, vaste muziekinstrument van de Grote Kerk is het kabinet-orgel.
In 1785 bouwde orgelbouwer Pieter Johannes Geerkens uit Dordrecht dit instrument. Het is niet bekend voor wie het orgel werd gemaakt. Het dook in het begin van de 20e eeuw op. Het werd in 1916 gekocht bij de pianohandelaar Ernst Krill te Utrecht.
Meer informatie over het Kabinet-orgel
De Beiaard
Naast de orgels, bedoeld voor bezoekers van de kerk, kent de kerk ook een muziekinstrument voor bezoekers van de stad. De beiaard met zijn 67 klokken geniet internationale bekendheid vanwege zijn goede akoestiek, zuivere toon en uitstekende bespeelbaarheid. De meeste klokken zijn gegoten door de Koninklijke Eijsbouts (Asten).